In de hoofdvijver staan een aantal uit de oorspronkelijk ontworpen vijver gerecupereerde en nieuw aangeschafte planten in vijvermanden:
waterlelies (Nymphaea), diepwaterplanten met drijvend blad, die van juni tot september prachtige bloemen voortbrengen. Typisch voor waterlelies is, dat ze aangeven wanneer het weer gaat veranderen (door een veranderde luchtdruk - hoge- of lagedrukgebied - of door de afnemende helderheid van een dichttrekkende lucht): de bloemen sluiten zich vaak een paar uur voordat het gaat regenen
waterdrieblad (Menyanthes trifoliata), een uitbundig groeiende oeverplant met witte, fijn gefranjerde, in trosjes bijeen zittende bloempjes boven donkergroen, drietallig, klaverachtig blad (bloeitijd april - juni)
breedbladig pijlkruid (Sagittaria latifolia), mooie oeverplant met langgesteelde, pijlvormige bladeren en witte bloemen met geel hart die bloeien van juni tot augustus
liesgras (Glyceria maxima), sterk en woekerend gras met forse wortelstokken dat bloeit in juli en augustus
snoekkruid (Pontederia Cordata), met groot, ovaal tot pijlvormig glanzend blad en violetblauwe bloemen die bloeien van juni tot september
genadekruid (Gratiola officinalis), rechtopstaande oeverplant met aan de tamelijk dikke stengels grijsgroen, langwerpig blad met ondiep gezaagde randen en witte, diep kelkvormige bloemen, die bloeien van juni tot augustus met alleenstaande witte bloempjes met een geel hart, in de herfst gevolgd door flesvormige doosvruchtjes
witgepoederde krokodillevlag (Thalia dealbata), exotisch uitziende plant met grote, ovale tot lancetvormige, grijsgroene bladeren met een fijne bladrand en poederachtige, witte onderzijde; blauwe bloemen van juli tot september
moerasgladiool of roze kafferlelie (Schizostylus coccinea), uit Zuid-Afrika afkomstige plant met zwaardvormige, grasachtige, smalle, heldergroene bladeren; bloeit van augustus tot oktober met scharlakenrode, stervormige bloemen
grasbladig pijlkruid (Sagittararia graminea), uit Noord-Amerika afkomstige waterplant met langwerpige, grasachtige, donkergroene bladeren onder het wateroppervlak en boven water een meer lancetvormig tot ovaal blad; bloeit van mei tot september met kleine, witte bloempjes, gegroepeerd in trossen per drie.
Aan de vijverrand is hier en daar nog steeds penningkruid (Lysimachia nummularia) te vinden, een plat groeiend plantje met gele bloemen van mei tot juli; kruipt met lange, wortelende stengels over het grindpad en groeit zelfs over de betonnen rand een stukje in het water.
Een gedeelte van de moeras-/oeverplanten die in het lavasubstraat in de vroegere helofytenfilter stonden, zijn overgeplant in wijdmazige plastic plantmanden gevuld met lavasplit. Het gaat o.a. om :
gele lis (Iris pseudacorus), een winterharde, snelgroeiende inheemse plant met lichtgroene bladeren die van mei tot juni vanuit een krachtige wortelstok groeit en felgele bloemen voortbrengt; de wortels hebben een waterzuiverende werking, maar kunnen enorm woekeren
Japanse bonte iris/lis (Iris Kaempferi 'Variegata'), mooie, in mei-juni bloeiende oeverplant met paarse bloemen en bladeren met een opvallende roomwitte middennerf
mattenbies (Scirpus lacustris), met dunne, holle, lange stengels, met bruine kafjes aan de top (bloeitijd juni - oktober)
snoekkruid (Pontederia Cordata), een decoratieve plant met groot, ovaal tot pijlvormig glanzend blad en violetblauwe bloemen van juni tot september
grote boterbloem (Ranunculus lingua), grijsgroene plant met lange wortelstok en rechtop staande, holle stengel, met lijnvormige tot langwerpige, licht getande bladeren en helder glanzend gele tot geeloranje bloemen van 2 tot 5 cm in diameter (bloeitijd juni - augustus)
moerasanemoon (Houttuynia cordata), winterharde, vlijtig groeiende bladplant met decoratief 3-kleurig, hartvormig blad (groen, rood en witroze) en witte, vrij kleine en onopvallende bloempjes van juni tot augustus
dotterbloem (Caltha palustris), een winterharde plant met felgele bloemen die bloeien van maart tot mei en frisgroene, hartvormige bladeren, langs de rand ingesneden
watermunt (Mentha aquatica), aromatische plant met roodpaars getinte stengels en paars-violette bloempjes van juni tot augustus
grote waterteunisbloem (Ludwigia grandiflora), invasieve (!) uit Zuid-Amerika afkomstige meerjarige waterplant die gemakkelijk wortelt in de oeverzone, en zich uitbreidt over het wateroppervlak, waar ze drijvende matten vormen. De groene drijvende stengels worden tot 3 m lang. Aan de opstijgende stengels die rood kleuren, staan goudgele bloemen die bloeien van juni tot september
Er zijn eveneens enkele mandjes met (woekerende, en in het oog te houden) waterkers (Nasturtium officinale) aan toegevoegd (bloeitijd juni - juli).
Alle planten produceren weliswaar zuurstof overdag (en nemen 's nachts zuurstof op), maar bij planten die boven water groeien, verdwijnt de geproduceerde zuurstof in de lucht. Bij ondergedoken planten wordt de zuurstof aan het water afgegeven. Deze planten spelen dus een belangrijke rol in de waterzuivering.
Onderwaterplanten kwamen in onze vroegere vijver jammer genoeg niet tot ontwikkeling, omdat ze werden aangevreten en losgewoeld door de vissen, of werden aangezogen door de pomp.
We hebben dit probleem verholpen door de huidige moeraszone (de vroegere helofyten-/moerasfilter) af te bakenen met tegen elkaar geplaatste manden met moeras-/oeverplanten, zodat de onderwaterplanten ter plaatse blijven.
In deze onderwaterplantenzone bevinden zich hoofdzakelijk:
Canadese waterpest (Elodea Canadensis), los in het water drijvende of in de bodem wortelende onderwaterplant met lange stengels waaraan kransen van 3 blaadjes zitten; piepkleine witte vrouwelijke bloempjes die van mei tot september aan het wateroppervlak verschijnen; zeer goede zuurstofplant, die vermeerderd kan worden door jonge topjes af te breken. Waterpest lijkt in onze vijver goed te gedijen, wat ongetwijfeld wijst op een gezonde toestand van het vijverwater
krabbenscheer (Stratiotes aloides), vrij drijvende plant met een rozet van slanke, stekelige bladeren die in de zomermaanden half boven het water uitsteken, met witte bloemen (bloeitijd mei - juli); zakt in de winter naar de bodem
gedoornd hoornblad (Ceratophyllum demersum), waarvan de stengels met kransen donkergroene, naaldvormige blaadjes aan een dennenboom doen denken; vrijwel onzichtbare bloempjes die bloeien in juli
gekroesd/gekruld fonteinkruid (Potamogeton crispus), dat er uitziet als gekroesd, bronsgroen zeewier. Nauwelijks opvallende bloempjes van juni tot augustus in kleine aartjes boven het water.
In de beekloop staat een beetje waterkers (Nasturtium officinale), die voor extra zuivering van het water zorgt.
Op het paadje aan de voet van de beekloop staat moerasspirea (Filipendula ulmaria), een plant met onregelmatig geveerde bladeren en gezaagde bladranden die gemakkelijk verwildert; bloeitijd juni -juli - augustus.